Van 04/11/2015 tot 28/05/2026

“Soms begrijp je pas aan het einde van de weg waarom je ooit bent vertrokken.”
—————————
Onze Camino krijgt een laatste hoofdstuk
Op 28 mei 2026 bereikten we Santiago de Compostela.
Nu, vier maand later, hebben we de tijd gehad om onze ervaring te laten bezinken, er samen over na te denken en te verwerken wat deze elfjarige tocht voor ons heeft betekend.
Onderweg schreven we bijna iedere dag. We wilden onze familie, vrienden en volgers laten delen in wat we beleefden. Die dagelijkse berichten werden samen een bijzonder archief van onze Camino.
Na onze thuiskomst hebben we nog vaak teruggekeken naar wat we onderweg beleefden. Sommige herinneringen kwamen opnieuw tot leven, andere kregen door de tijd een andere betekenis. En langzaam groeide het besef dat de Camino voor ons niet alleen een tocht naar Santiago was geweest.
Ons verhaal kreeg intussen ook een plaats in De Pelgrim, het driemaandelijkse tijdschrift van het Vlaams Genootschap van Santiago de Compostela, en in verschillende edities van Kerk & Leven.
We vonden het mooi om dat verhaal ook hier, op onze eigen blog, als laatste hoofdstuk van onze Camino te plaatsen.
Want met het bereiken van Santiago eindigde onze Camino niet helemaal. Wat we onderweg beleefden, blijft met ons meegaan.
Dank aan iedereen die al die jaren met ons heeft meegelezen, meegeleefd, gereageerd en in gedachten met ons heeft meegestapt.
Met dit laatste verhaal sluiten we onze Camino-blog af.
Buen camino…
Tuur & Jeannine

Elf jaar onderweg…
Soms vragen mensen ons hoe lang onze Camino naar Santiago heeft geduurd.
Wanneer we antwoorden: “Elf jaar.”, kijken ze verbaasd — de meeste pelgrims vertrekken enkele weken tot Santiago.
Onze Camino verliep anders: wij stapten hem in elf delen, verspreid over elf jaar — goed voor 111 wandeldagen
We vonden dat soms jammer.
Vandaag weten we dat net die onderbrekingen onze Camino hebben gemaakt tot wat hij geworden is.
Onze Camino werd geen periode naast ons leven, maar een deel ervan.
De droom om ooit Santiago te bereiken leefde al jaren in ons.
Aan de muur bij onze trap hing zelfs een blauwe wegwijzer met pelgrim en gele pijl.
Er was iets dat ons aantrok — al konden we het toen nog niet benoemen.
We lazen en luisterden naar verhalen van pelgrims die ons voorgingen.
Op 4 november 2015 trokken we de voordeur achter ons dicht.
Twee rugzakken. Twee paar wandelschoenen. Twee paar wandelstokken. Eén droom.

We vertrokken niet omdat we ongelukkig waren, maar uit dankbaarheid voor ons huwelijk, onze kinderen en kleinkinderen, en de kansen die we kregen.
We wilden alleen ontdekken wat deze weg ons nog kon leren.
Onze eerste etappes voelden onwennig.
In het begin keerden we na elke etappe terug naar huis.
Praktisch,
maar het voelde nog niet echt als ‘pelgrim-zijn’.
Dat veranderde toen we voor het eerst meerdere dagen aaneensluitend gingen stappen.
Alles wat we nodig hadden, droegen we op onze rug.
Die eerste avond voelden we het allebei:
nu waren we werkelijk onderweg.

Een paar dagen later gebeurde iets dat we nooit meer zouden vergeten.
Net buiten Namen, langs de Maas, ontmoetten we een oudere man met zijn hond.
Hij glimlachte en wenste ons:
“Une bonne Camino.”
Hij vroeg waar we vandaan kwamen en waar we naartoe gingen.
En toen:
“Willen jullie in Compostela een kaarsje voor mij branden?”
We beloofden het.
Hij glimlachte:
“Dan zal ik hier elke dag voor jullie bidden.”
Die avond schreven we in ons dagboek:
“Dit doet iets met een mens. Het is eens wat anders dan alle berichten van oorlog en kwaad.”
Wat toen begon, groeide onderweg verder.
Steeds meer mensen vroegen of we een kaarsje voor hen wilden branden.
Voor een partner.
Voor een kind.
We schreven die vragen niet alleen in een boekje,
maar droegen ze in ons hart.
Gaandeweg veranderden onze ontmoetingen.
In het begin bleven ze beperkt tot een glimlach of een groet.
Later werden het gesprekken.

Mensen vertelden spontaan over hun leven — hun vreugde en hun verdriet.
Wij hadden zelden antwoorden.
Maar antwoorden zijn vaak minder belangrijk dan aandacht.
Luisteren werd misschien wel de mooiste vorm van pelgrimeren.
Een ontmoeting die ons altijd zal bijblijven, was die met Wim en Gré uit Nederland.

Hun zoon Wick was, kort voor zijn vertrek naar Compostela, overleden aan een hersentumor.
Uit liefde voor hem stapten zij een deel van de Camino en zamelden onderweg geld in voor de afdeling neuro-oncologie van het UMC Utrecht.
Hun verdriet was voelbaar.
Maar even voelbaar was hun liefde.
Toen we afscheid namen, beseften we opnieuw hoe dankbaar wij mochten zijn.
Niet omdat ons leven zonder zorgen was,
maar omdat we het samen mochten beleven.
Niet elke ontmoeting kwam zacht en vertrouwd.
Eén van de meest onverwachte lessen bracht ons bij een groep zigeunerfamilies.
We werden uitgenodigd in hun kamp.
Even aarzelden we, maar al snel zaten we midden in de familie — niet als voorbijgangers, maar als gasten.
Onze schroom verdween snel.
Wat overbleef was verwondering.
Zij ontvingen ons met een vanzelfsprekende gastvrijheid.
En wij… wij hadden vooral onze eigen vooroordelen ontmoet.
Misschien gebeurt dat vandaag nog.
Onderweg ontdekten we dat de Camino zich niet laat losmaken van het gewone leven.
Tijdens één van onze eerste delen kregen we het bericht dat Maurice, onze schoonbroer, was overleden. We sloten onze rugzakken en keerden terug.

Familie ging voor.
Het voelde niet als een mislukking.
Vandaag nog minder.
De Camino leerde ons dat je niet kiest tussen de weg en de mensen van wie je houdt.
De mensen zijn de weg.
Enkele maanden later namen we onze rugzakken opnieuw op.
Toen ontdekten we iets dat ons is bijgebleven:
De weg loopt niet weg.
Hij wacht.
Geduldig.
Tot je opnieuw klaar bent.
Er waren ook dagen waarop niets bijzonders gebeurde — alleen de weg, de wind, de stilte en twee mensen die verder gingen. Achteraf werden net die dagen het meest dierbaar.
Ze gaven ons tijd om samen te stappen, te zwijgen en te delen — en leerden ons dat stilte en tijd geen lege begrippen zijn.
Sommige van onze mooiste momenten ontstonden na lange stilte — soms zonder woorden, alleen een blik, een glimlach of een hand op elkaars arm. Dat was genoeg.

De Camino gaf ons de tijd om de liefde die er altijd geweest was opnieuw bewust te beleven.
Op één van die dagen schreef ik in mijn dagboek:
“Hallo, dit klinkt vrolijk, nee? Nochtans deze ochtend bij de eerste stappen viel mijn illusie in stukken…”
Die zin doet ons vandaag nog glimlachen.
We waren geen helden — ook wij kenden vermoeidheid, twijfel en ontgoocheling.
Maar vreemd genoeg herinneren we ons die dagen niet als zwaar.
We herinneren ons vooral dat we ze samen beleefden.
Een moeilijke weg wordt niet korter wanneer je hem met twee stapt.
Hij wordt wel lichter.
Tijdens één van onze etappes moest Jeannine onverwacht naar huis terugkeren.
De volgende ochtend vertrok ik alleen.
Voor het eerst sinds lange tijd stapte er niemand meer naast mij.
Ik keek geregeld naar de lege plaats.
Alsof ik verwachtte dat ze elk moment opnieuw naast mij zou stappen.

Die avond schreef ik:
“Ik mis haar wel… Ik kijk geregeld om.. Ik hoor haar zuchten, maar ’t is de wind die rond mijn oren blaast…”
Meer woorden had ik toen niet nodig.
Vandaag begrijpen we waarom die bladzijde ons zo blijft raken: je beseft pas hoe vanzelfsprekend iemand deel uitmaakt van je leven wanneer hij of zij er even niet is.
Onze Camino werd meer dan een tocht naar Santiago, omdat we anders begonnen te kijken — naar elkaar, de mensen rondom ons en de kleine dingen.
Dankbaarheid kreeg een andere betekenis.
En toen kwam de wereld plots tot stilstand.
Zoals zovele anderen moesten ook wij onze plannen opbergen.
De coronapandemie maakte het onmogelijk om verder te stappen.
Het voelde als een teleurstelling, maar ook deze periode bleek deel uit te maken van onze tocht.
We bleven wandelen — in België en Spanje, bijna duizend kilometer. Geen officiële Camino, en toch voelde het zo..
Pelgrim zijn hangt niet af van een route,
maar van de manier waarop je onderweg bent.
Die jaren leerden ons misschien wel de moeilijkste les van allemaal:
wachten en vertrouwen.
Toen we na de coronajaren opnieuw mochten vertrekken,
voelde het alsof we een oude vriend terugzagen die op ons had gewacht.
We hervatten onze tocht en na drie weken bereikten we
Saint-Jean-Pied-de-Port.

Daar begon het laatste hoofdstuk van onze Camino: drie delen, nog enkele honderden kilometers.
Toen we door de oude straatjes wandelden, voelden we het meteen.
Hier lag een grens.
Niet alleen de Pyreneeën die voor ons lagen,
niet alleen een landsgrens,
maar ook een grens in onszelf.
Wat jarenlang een verre droom was geweest,
kwam plots binnen handbereik.
En toch hadden we minder haast dan ooit.
Het ging niet alleen om het aankomen,
maar vooral om het beleven.
Jeannine kon om medische redenen dat deel niet meestappen.
Dat was moeilijk, maar we vonden er binnen onze familie een weg in.
De eerste week van het negende deel stapte onze zoon Jan met mij mee.
Voor de oversteek van de Pyreneeën was hij mijn tochtgenoot.

De tweede week nam onze schoonzoon Mitchel het over.

Wanneer Jan of Mitchel naast mij stapten,
voelden we Jeannine’s aanwezigheid voortdurend nabij.
Onze gesprekken gingen vaak over haar,
over thuis,
over de voorbije jaren.
Dat onze kinderen een stukje konden meedragen van wat de Camino voor ons betekende,
was misschien wel één van de mooiste geschenken.
Het werd geen verhaal dat alleen van ons bleef.
Het werd een stukje familiegeschiedenis.
Bij deel tien namen Jeannine en ik de draad opnieuw samen op.

Het voelde weer vanzelfsprekend.
Niet omdat we altijd hetzelfde dachten,
maar omdat we geleerd hadden dezelfde richting te blijven kiezen.
We hoefden elkaar niet te overtuigen.
We vertrouwden elkaar.
We kenden elkaars stapritme.

En toen…
na elf jaar…
bereikten we Santiago de Compostela.
Dat moment hadden we ons vaak voorgesteld —
tijdens de voorbereiding,
op moeilijke dagen,
en in de jaren waarin we moesten wachten.
En nu stonden we er.
Niet als overwinnaars.
Gewoon als twee dankbare pelgrims.
We haalden onze Compostela’s af,
wandelden door de oude straatjes
en genoten van de sfeer.

En toch…
het voelde nog niet als het einde.
Alsof de Camino zelf ons uitnodigde
om nog niet meteen conclusies te trekken.
De volgende ochtend woonden we samen de pelgrimsmis bij in de kathedraal.
We liepen langs het beeld van de heilige Jacobus
en daalden af naar de crypte met zijn relieken.

Indrukwekkende momenten.
We keken.
We beleefden.
Maar we begrepen nog niet.
Pas toen we weer buiten kwamen, begon er iets te veranderen.
We maakten enkele foto’s op het plein,
zoals zovele pelgrims vóór ons.
Daarna wandelden we een zijstraatje in
en vonden een klein terrasje met uitzicht op de kathedraal.
Jeannine bestelde een koffie.
Ik een thee.

Er was de stilte.
We zaten naast elkaar, keken naar de kathedraal en zeiden bijna niets.
Dat hoefde ook niet.
Plots speelde onze hele Camino zich opnieuw af — elf jaar in één moment.
We zagen onze ouders, kinderen, kleinkinderen, familie en vrienden — en al die mensen die onderweg een stukje met ons waren meegegaan of iets hadden meegegeven..
Plots waren ze er allemaal.
We beseften dat we nooit alleen naar Compostela waren gestapt — zovelen waren onzichtbaar met ons meegegaan
En toen kwamen de tranen — uit herkenning, verwondering en diepe dankbaarheid
We keken elkaar aan.
We wisten wat de ander voelde. Dat was misschien wel het mooiste geschenk van de Camino.
Mensen vragen ons soms:
“Wat heeft die Camino nu eigenlijk met jullie gedaan?”
De veranderingen kwamen niet plots.
Ze groeiden langzaam — stap na stap.
Wij vertrokken als een gelukkig koppel.
Dat zeggen we nog altijd.
De Camino gaf ons iets kostbaars: tijd.
Tijd om opnieuw naar elkaar te luisteren.
Om samen stil te worden.
Hij leerde ons dat samen onderweg zijn betekent dezelfde richting blijven kiezen, ook wanneer het moeilijk wordt.
Hij maakte ons gevoeliger —
voor elkaar en voor de mensen rondom ons.
We leerden luisteren zonder meteen te antwoorden.
We werden milder.
Dankbaarder.
Verwonderd.
Toen we weer thuis kwamen,
hing de blauwe wegwijzer met de pelgrim en de gele pijl
nog steeds aan de trap.
De pijl wees ooit naar Santiago.
Vandaag wijst hij anders.
Naar de weg die nog vóór ons ligt.

Onder die wegwijzer hangt nu een eenvoudige kartonnen koker.
Daarin brachten we onze Compostela’s mee naar huis.
We hebben hem bewust nooit meer geopend.
Want die koker bewaart voor ons veel meer dan twee oorkondes.
Elf jaar dromen, stappen, ontmoetingen en dankbaarheid.
Elke keer wanneer we de trap op- of afgaan, komen we langs die stille getuige.
Hij herinnert ons eraan dat onze Camino verdergaat — in ons dagelijkse leven, bewuster.
Als we opnieuw mochten kiezen, zouden we dezelfde weg stappen — niet om Santiago te bereiken, maar om onderweg opnieuw te ontdekken wat we elf jaar mochten ervaren:
dat een mens niet alleen groeit door de bestemming die hij bereikt, maar vooral door de mensen met wie hij onderweg mag zijn.
Zo weten we, elke dag opnieuw, dat de weg verdergaat — naar morgen.
En dat nog steeds…
samen.
Jeannine en Tuur,

Tuur,Wij hebben samen deze mooie beschrijving van het laatste deel van jullie tocht.Maar het stuk dat je erna schreef pakte ons beide toch even naar de keel.Zo’n mooie woorden om het geluk,de liefde, maar het verdriet te beschrijven zijn wonder mooi.Wij moeten dankbaar zijn voor wat we hebben en het geluk zoeken en benutten.En vooral, we mogen niet vallen over kleine onvolmaaktheden.Het greep ons…. Woorden die we ons nog lang gaan herinneren.Bedankt!🥰Verstuurd vanaf mijn iPhoneOp 27 sep 2026 om 17:14 heeft
LikeGeliked door 1 persoon
Dank je Anne en Peter… mooie woorden! 🥰
LikeLike
Bedankt dat we 11 jaar mochten meewandelen en beleven. Wij wensen jullie samen alvast nog een lange camino.
Verzonden via Gmail Mobile
LikeGeliked door 1 persoon
Dank je voor de mooie woorden… 🥰
LikeLike
Hoe mooi !
Ben er helemaal stil van 🙂
Groetjes,
Ingrid
LikeGeliked door 1 persoon
Dank je Ingrid voor je mooie reactie!!!
LikeLike
Een prachtig laatste Camino-REISverhaal. Het zegt veel over hoe jullie in het leven staan. Toch ontroerd dat ik er, op afstand, mee kon van genieten. En blij dat ik jullie vriendin mag zijn.
LikeLike
Dankje Lea, mooie reactie…♥️
LikeLike